Misschien Later

Oog

Het lijkt me een heel leuk idee, maar misschien een andere keer. Langskomen gaat me niet lukken, nee, je hoeft ook niet bij mij langs te komen. Echt, het hoeft niet. Stil zijn doe ik alleen, thuis. Heel stil zijn.

Misschien later of volgende week. Dit weekend in ieder geval niet. Vanavond gaat heel lastig worden.
Dan moet ik boodschappen doen en naar huis. Huis waar ik stilzwijgend doorheen loop, dingen verplaats en dan weer terugzet. De stilte wordt gevuld met muziek, maar mijn stem zwijgt. Veel heb ik niet meer te zeggen en doen wil ik al helemaal niets. Of ik het jammer vind? Nee, totaal niet. Zolang ik doe of de rest van de wereld niet bestaat, mis ik ook niets.

Misschien later, dat ik je vertel waar ik allemaal mee bezig ben. Op een tijdstip dat ik weer iets te zeggen heb. Dat de woorden die door mijn hoofd dreunen ook daadwerkelijk iets te betekenen hebben. Zoveel woorden, zoveel beelden. Er is zoveel te zien, te spreken, te horen, te vertellen. Maar ik heb niets meer te zeggen. Ik ben uitgepraat. Over wat ik doe, waar ik tegenaan loop, wat me frustreert. Genoeg gezegd over zaken waar ik zo om moet lachen. Van onverwachte kwaliteit, diepe tragiek en de algehele poëzie van het leven.

Misschien dat ik later weer charmant ben. Nu komt me niet zo goed uit. Het komt me namelijk wel heel goed uit om niets meer te zeggen. Want, als je niets aardigs te zeggen hebt, zeg dan liever niets. Ik zeg liever niets. Dit betekent trouwens niet dat ik helemaal niets aardigs te zeggen heb, ik wil het gewoon niet. Stil genieten van de mensen om me heen, die met een lach op de fiets zitten, elkaar innig begroeten. In stilte zien dat de stad leeft en zich voortbeweegt. In verwondering op de hoek van een drukke straat stil staan, in de luwte en niet meer doen dan stil zijn.

Misschien later, dat je bij me kan komen zitten. Samen in stilte. Dat we samen klein zijn, stil. Na alle prikkels, zoveel prikkels en mensen van de dag, de dag en de wereld laten voor wat het is. Niets meer hoeven te doen dan stil zijn, samen. De elpees opnieuw organiseren, overpeinzen of je daadwerkelijk een goede hippie geweest zou zijn. Met blote voeten over straat en alles is hartjes en liefde. Samen, in die stilte. Jij met een krant, ik met een boek. Samen met de muziek. Muziek die ik in mijn hoofd hoor als ik je bij me bent. Muziek die we samen maken als je me aanraakt. De muziek in je ogen als ik naar je kijk.

Misschien later. Dat ik je tegenkom. Dat ik kan zijn, zonder iets te zeggen. Misschien later, dat de mensen van de dag er niet meer toe doen. Door de stilte heen kunnen delen wat er allemaal gebeurd is. Dat de prikkels niet meer de overhand hebben en ik niet meer als een autist thuis hoef te zitten. Met mijn boeken en mijn muziek om te beschermen. In mijn eigen kleine wereld, waar alles is en zoveel in mist. Je bent altijd welkom, als je wil. Kom vooral mijn wereld in en voel je er thuis.

Maar nu even niet. Misschien later, als ik weet wat ik tegen je moet zeggen als ik je tegenkom.

Met muziek:

Dit artikel verscheen eerder op PinkBullets