I Dress Myself!

In al mijn wijsheid had ik besloten dat ik nieuwe sneakers nodig had. Dit na mijn fantastische aankoop van vorig jaar. Halfhoge Converse sneakers, met zwarte pailletten! Wel een maat te klein, niet uit te lopen of op te rekken, dus de miskoop van het jaar. Sneakers zijn hip. Met zo’n legging of maillot en dan een rokje, of trui, jurkje, wat dragen ze eigenlijk?

Het is niet zozeer dat ik hip wil zijn. Het is meer dat mijn twee retedure spijkerbroeken van vijf maanden oud nu al stuk zijn. Dat ik er een beetje nerveus van word. Want ik wil gewoon een hele broek dragen, niet een stukkende. Daarbij is natuurlijk het hele gewichtsverhaal, lekker schommelen, ook een ding. Zo’n jurkje kan altijd wel en maillots zijn goedkoper te vervangen dan een spijkerbroek.

Dit is een goed uitgedacht plan! Ik ga sneakers kopen, nog een halfhoog laarsje met/zonder hak, mijn andere hoge laarzen laten repareren en een paar nieuwe toevoegingen aan mijn garderobe, zodat ik alleen maar een trui aan hoef te doen, mijn benen in iets te steken en of casual de deur uitloop, of iets gekleder, met een mooie laars. Alleen dan moet je wel winkels in en vinden wat je zoekt. Daar gaat het meestal mis.

Want mensen, en druk, en volle winkels, en harde muziek. Dan kom je een winkel binnen en overal is kleding! Mooi, hoor ik je denken, in een kledingwinkel is dat handig. Ja, dat is wel zo, maar van zoveel aanbod raak ik gillend in de war. Zeker met zoveel mensen overal. En kleding die ik niet wil of die te duur is. Niet kunnen vinden wat je zoekt, terwijl iedereen in de winkel het aanheeft. Tot je een item tegenkomt wat helemaal klopt. Op de prijs na. En totaal in de war loop ik de winkel dan weer uit. In bijna tranen en wanhoop.

Schoenen zal ik niet teveel over vertellen. Daarbij ik heb onderhand al geaccepteerd dat ze altijd duurder zijn dan gebudgetteerd en het eerste paar in de eerste winkel, altijd het paar is dat je wil hebben. En dat lukt dan ook. Voor drie keer de prijs die je in gedachten had.

Gewapend met de juiste schoenen, de juiste beenversiering en totaal geen zin, probeer ik dan toch de aanvullende kledingstukken te vinden. Die íedereen wél goed staan, maar mij niet, die íedereen al draagt, dus waarom wil ik het dan nog aan.

En dan word ik kwoad. Want om je nou op de grond te laten vallen te midden van al dat winkelgeweld is niet echt een optie. Geen winkel-in-winkel-uit meer. Eén winkel kiezen, ook al krijg je er jeuk van, ben je erop tegen en wil je daar nooit iets kopen. En gaan. Is het acceptabel, denk je dat het werkt, meenemen! Want je gaat toch echt niet in de rij staan in een winkel, waar je niet wil zijn, om kleding te passen, waarvan je niet eens zeker weet of het werkt, of je het wil, met en zonder de juiste schoenen erbij. Nee, dat kan niet.

Het voelt als triomf, euforie: Het is gelukt! Ik heb nieuwe kleren. En nieuwe schoenen. Het mocht wat kosten. Moeite, energie en vooral geld. Licht misselijk en nerveus heb ik alle aankopen thuis uit hun tasje gehaald. Dan ga ik eens in mijn eigen spiegel bekijken of die schoenen inderdaad wel samen gaan met die trui, jurk, trui? Wat?

Maar het staat wel goed.