Het was weer tijd voor een fris geluid over geweld in games. De Amerikaanse schrijfster Peg Tyre blaast met haar nieuwe boek The Trouble With Boys waarschijnlijk weer nieuw leven in de langdurige discussie over het effect van geweld in games. De inmiddels aan Halo verslaafde Peg denkt dat geweld (wat eigelijk geen geweld is) in games vooral jonge jongens hun fantasie over geweld helpt kanaliseren. Ze leren dan het concept van goed en kwaad, werken in team verband, en worden daadwerkelijk helden.
Nou Peg, je zult wel op wat tegenstand moeten rekenen, want de VVD kwam onlangs nog met het idee van ‘De Rode Knop’ in games zodat ouders snel en eenvoudig een klacht kunnen indienen bij de makers over teveel geweld in een game. Mijn eigen nucleaire associatie met die rode knop werd bevestigd door Wikipedia, en ik verwacht dan ook snel dat de makers van games dit idee zullen meenemen in hun volgende met bloed en ingewanden doordrenkte nieuwe titels.
Ik mag mijzelf gelukkig prijzen met 3 kinderen – al is dat geluk soms ver te zoeken, maar daar een andere keer meer over – en zie soms zelf de impact van geweldadige games op vooral de jongens. Toen het eerste deel van Gears of War uitkwam speelde ik in mijn enthousiasme iets te vaak overdag. Dit had z’n uitwerking aangezien een week nadat ik de game had aangeschaft de jongens elkaar met make-beliefe chainsaws door het midden aan het zagen waren. Echter, in hun ogen zag je dat ze aan het spelen waren. Het waren net echte kinderen.
Ik ben ervan overtuigd dat games niet zelf aanzetten tot geweld bij kinderen, echter het kan wel fungeren als een trigger. De druppel die de emmer van een toch al zwaar gefrustreerd en eenzaam kind doet overlopen. Het laatste zetje wat een psychisch mishandeld kind nodig heeft om over te gaan tot volwassen daden. Dan is het echt Game Over.




